Onzorgvuldig en respectloos optreden door advocaat

In zijn arrest nr. 344 394 van 7 april 2026 heeft de Raad geduid dat de vaststelling dat een beroep dat door een advocaat werd ingesteld niet kan worden beschouwd als een kennelijk onrechtmatig beroep, in de zin van artikel 39/73-1 van de Vreemdelingenwet, geen afbreuk doet aan het feit dat de betrokken advocaat, die gebruik maakte van artificiële intelligentie, zeer onzorgvuldig optrad en dat zijn houding blijkt geeft van een disrespect voor de Raad. De Raad oordeelde dat het bijgevolg toch vereist was de bevoegde stafhouder en de voorzitter van het Bureau voor juridische bijstand in kennis te stellen van de wijze waarop de betrokken raadsman optrad (RvV 7 april 2026, nr. 344 394).

14/04/2026